Overzicht verlofregelingen

Dit overzicht behandelt verlofregelingen zoals die momenteel van toepassing zijn.
De wet onderscheidt de volgende 8 verlofregelingen:
  1. Vakantieverlof.
  2. Calamiteitenverlof.
  3. Zwangerschaps- en bevallingsverlof.
  4. Kraamverlof.
  5. Ouderschapsverlof.
  6. Adoptie- of pleegzorgverlof.
  7. Kortdurend zorgverlof.
  8. Langdurend zorgverlof.
 
Daarnaast is er nog:
  1. Bijzonder of buitengewoon verlof.
 
Onderstaande informatie komt uit openbare bronnen en is daardoor zo volledig (compleet en correct) als de in de bronnen weergegeven informatie. Daarbij is het een momentopname gebaseerd op de stand van zaken juli 2015. Nieuwe ontwikkelingen kunnen onderstaande informatie hebben achterhaald.
Hoewel dit overzicht op zorgvuldige wijze is samengesteld, kunnen aan dit overzicht geen rechten worden ontleend.
 
Het is mogelijk dat een verlofregeling niet of gedeeltelijk van toepassing is in een sector, zoals bijv. bij personeel in overheidsdienst.
Over deze verlofregelingen worden vaak specifieke of aanvullende afspraken gemaakt in collectieve regelingen, zoals CAO en afspraken met OR. Het is dan ook raadzaam om bij het inwinnen van informatie over deze verlofregelingen, de collectieve afspraken zeker te raadplegen.
Collectieve afspraken gaan voor op de wettelijke regelingen. Zijn er geen collectieve regelingen, dan gelden individueel gemaakte afspraken (zoals in een arbeidsovereenkomst en voor zover niet strijdig met de wettelijke regelingen) of anders de wettelijke regelingen.
Verlof, dat wordt aangevraagd volgens een wettelijke regeling, kan gewoonlijk niet worden geweigerd door een werkgever. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden is dat mogelijk.
Ingeval werknemer en werkgever het niet eens zijn over de toepassing van een verlofregeling, dan is het aan te bevelen de betreffende wet- of (collectieve) regelgeving te raadplegen.


Ad 1, vakantieverlof.
a)    Het wettelijk aantal vakantieuren per jaar is vier maal het aantal uren dat iemand in een week werkt. Bij een 40-urige werkweek is dat dus 4x40=160 uren ofwel 20 werkdagen ad 8 uren.
b)    Als het toegekend verlof hoger is dan het wettelijk verlof, dan wordt het extra verlof bovenwettelijke vakantieuren genoemd.
c)    Het vakantieverlof wordt per kalenderjaar tijdsevenredig opgebouwd.
d)    Tijdens ziekte, zwangerschaps- en bevallingsverlof gaat de opbouw van de wettelijke vakantieuren door.
e)    Of de opbouw van de bovenwettelijke vakantieuren eveneens doorgaat is afhankelijk van daaromtrent gemaakte (collectieve ofwel individuele) afspraken.
f)     Voor vanaf 2012 opgebouwde wettelijke vakantieuren geldt dat niet opgenomen uren vervallen per 1 juli van het volgende jaar. Dus: in 2014 opgebouwde wettelijke vakantieuren vervallen wanneer ze niet zijn opgenomen per 1 juli 2015.
g)    Voor wettelijke vakantieuren die zijn opgebouwd vóór 2012 geldt een verjaringstermijn van 5 jaar.
h)   Op welke wijze bovenwettelijke vakantieuren vervallen is afhankelijk van daaromtrent gemaakte (collectieve ofwel individuele) afspraken.
i)     Mits duidelijk vooraf geregeld, kan een werkgever een werknemer vragen om bovenwettelijke vakantieuren in te leveren bij ziekte en voor het opnemen van bijzonder verlof. Dit achteraf regelen kan alleen met instemming van de werknemer.
j)      Bovenwettelijke vakantieuren kunnen worden afgekocht mits werkgever en werknemer hierover overeenstemming bereiken. Men kan elkaar hiertoe niet verplichten.
k)    Niet opgenomen wettelijke vakantieuren kunnen alleen worden afgekocht bij einde contract.
 
 
Ad 2, calamiteitenverlof.
a)    Calamiteitenverlof moet een werknemer in staat stellen om onvoorziene acute problemen in de privésfeer onmiddelijk te kunnen oplossen.
b)    Enkele voorbeelden: een direct familielid (tot en met tweede graads) overlijdt; de partner bevalt; doktersbezoek (e.d.) dat alleen tijdens werktijd kan; een ziek kind van school halen; een loodgieter in huis laten bij gesprongen waterleiding.
c)    Calamiteitenverlof duurt zolang het nodig is om de eerste problemen op te lossen, doch niet langer dan een paar dagen. Dat is afhankelijk van de ernst van de situatie. Is langer verlof gewenst, dan kan zorgverlof worden opgenomen.
d)    Als de situatie voldoet aan de voorwaarden (kenmerken) van kortdurend zorgverlof dan eindigt het calamiteitenverlof na 1 dag.
e)    Tijdens het calamiteitenverlof wordt het salaris volledig doorbetaald.
f)     In collectieve regelingen kunnen andere en/of aanvullende afspraken zijn opgenomen over dit verlof. Deze afspraken gaan voor op de wettelijke regeling.
 
 
Ad 3, zwangerschaps- en bevallingsverlof.
In het kort. Wie zwanger is en werkt of een uitkering krijgt, heeft recht op zwangerschapsverlof en een zwangerschapsuitkering. En na de bevalling op bevallingsverlof en een bevallingsuitkering. Zwangerschapsverlof en bevallingsverlof duren in totaal minstens 16 weken. Vrouwen kunnen het laatste deel van het bevallingsverlof spreiden over 30 weken. Ook krijgt een moeder extra verlof als haar baby lang in het ziekenhuis heeft gelegen.
Hieronder worden de algemene regelingen van dit verlof vermeld. Voor bijzondere gevallen is het raadzaam de wet- of (collectieve) regelgeving te raadplegen.
a)    Het zwangerschapsverlof vangt aan 6 weken vóór de dag na de uitgerekende bevallingsdatum en duurt tot en met de dag van de bevalling.
b)    Het is niet verplicht om de eerste 2 weken van dit verlof op te nemen. Vanaf 4 weken vóór de uitgerekende bevallingsdatum dient het verlof wel te worden opgenomen.
c)    Het bevallingsverlof vangt aan de dag na de bevalling en duurt 10 weken.
d)    Niet opgenomen zwangerschapverlof (zie b) mag worden toegevoegd aan het bevallingsverlof. Hierdoor blijft het totaal van het zwangerschaps- en bevallingsverlof 16 weken.
e)    Als de baby eerder wordt geboren dan de uitgerekende bevallingsdatum, duurt het zwangerschapsverlof korter dan bedoeld. Het aantal dagen dat de baby eerder wordt geboren wordt opgeteld bij het bevallinsgverlof. Hierdoor blijft het totaal van het zwangerschaps- en bevallingsverlof 16 weken.
f)     Als de baby later wordt geboren dan de uitgerekende bevallingsdatum, duurt het zwangerschapsverlof langer dan bedoeld. Er vindt dan geen verrekening plaats en er is als gebruikelijk aanspraak op 10 weken bevallingsverlof. De totale verlofperiode duurt hierdoor langer dan 16 weken.
g)    Het deel van het verlof dat overblijft na 6 weken na de dag van de bevalling, kan na die 6 weken gespreid worden opgenomen over een periode van maximaal 30 weken.
h)   Als een werknemer gebruik wil maken van deze spreidingsmogelijkheid (zie g) dan dient dat uiterlijk binnen 3 weken na aanvang van het bevallingsverlof te worden aangevraagd bij de werkgever. De werkgever dient hierop te reageren binnen 2 weken.
i)     Als de pasgeborene langer dan een week in het ziekenhuis verblijft, dan heeft de moeder recht op extra bevallingsverlof.
j)      Dit extra bevallingsverlof duurt het aantal dagen dat de pasgeborene langer dan een week in het ziekenhuis verblijft, tot maximaal 10 extra weken.
k)    Er is nog geen recht op extra verlof bij de geboorte van een meerling. Naar verwachting zal in de (nabije?) toekomst het verlof hiervoor met 4 weken worden uitgebreid.
l)     Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof is er recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering.
m)  Tijdens het verlof gaat de opbouw van vakantiedagen door.
 
 
Ad 4, kraamverlof.
a)    Als een werknemer een echtgenote of partner heeft met een pasgeboren baby, dan heeft de werknemer recht op 2 dagen kraamverlof. Het kraamverlof duurt niet langer bij een meerling.
b)    Bij een thuisbevalling moet het kraamverlof binnen 4 weken na de bevalling worden opgenomen.
c)    Bij een bevalling in een ziekenhuis moet het kraamverlof binnen 4 weken na thuiskomst van de baby worden opgenomen.
d)    Tijdens het kraamverlof wordt het salaris volledig doorbetaald.
e)    In collectieve regelingen kunnen andere en/of aanvullende afspraken zijn opgenomen over dit verlof. Deze afspraken gaan voor op de wettelijke regeling.
 
 
Ad 5, ouderschapsverlof.
a)    Er zijn 2 vormen van ouderschapsverlof.
1. Na een bevalling, als aanvulling op het kraamverlof. Dit wordt ook wel partnerverlof genoemd.
2. Daarna, om meer tijd te kunnen besteden aan een kind of kinderen, voor kinderen tot 8 jaar.
Beide vormen worden hierna apart behandeld.
b)    Voor beide vormen geldt dat er sprake is van onbetaald verlof.
 
 
Ad 5.a.1, ouderschapsverlof na bevalling.
a)    Na de geboorte van een kind heeft een werknemer – echtgenoot of partner van de moeder – recht op 3 dagen ouderschapsverlof.
b)    Omdat dit partnerverlof bedoeld is als aanvulling op het kraamverlof, zijn omtrent het opnemen van dit verlof de punten b en c, zoals vermeld bij 4. kraamverlof, ook hier van toepassing.
c)    Als partnerverlof wordt opgenomen gaan deze verlofuren af van het aantal uren ouderschapsverlof dat kan worden genoten, zoals hieronder aangegeven bij 5.a.2 punten e en f.
d)    In collectieve regelingen kunnen andere en/of aanvullende afspraken zijn opgenomen over dit verlof. Deze afspraken gaan voor op de wettelijke regeling.
 
 
Ad 5.a.2, ouderschapsverlof voor kinderen tot 8 jaar.
a)    Het recht op ouderschapsverlof komt beide ouders toe.
b)    Deze regeling geldt voor elk kind tot 8 jaar. Dus bij een tweeling is er 2 keer recht op ouderschapsverlof.
c)    Deze regeling geldt ook voor adoptie-, pleeg- en stiefkinderen.
d)    Het kind moet inwonend zijn.
e)    Het totale ouderschapsverlof bedraagt 26 keer het aantal uren dat per week wordt gewerkt.
f)     Dat is inclusief de opgenomen uren partnerverlof. (Zie hierboven bij 5.a.1.)
g)    De werknemer bepaalt hoe en wanneer het verlof wordt opgenomen. Het dient ten minste 2 maanden voordat het verlof ingaat, schriftelijk te worden aangevraagd bij de werkgever.
h)   Wordt de werknemer ziek tijdens het verlof, dan loopt het verlof door zoals afgesproken met de werkgever.
i)     Tijdens het verlof worden geen vakantiedagen opgebouwd.
 
 
Ad 6, adoptie- of pleegzorgverlof.
a)    Dit verlof is bedoeld voor werknemers die een adoptie- of pleegkind in huis nemen.
b)    Het verlof duurt maximaal 4 weken. Het kan aaneengesloten worden opgenomen of gespreid over maximaal 26 weken.
c)    Het dient ten minste 3 weken voordat het verlof ingaat, schriftelijk te worden aangevraagd bij de werkgever.
d)    Er is sprake van onbetaald verlof.
e)    Tijdens het verlof gaat de opbouw van vakantiedagen door.
f)     Tijdens het verlof is er recht op een adoptie- of pleegzorguitkering. De werkgever vraagt de uitkering aan. Tenminste 2 weken voor ingang van het verlof.
 
 
Ad 7, kortdurend zorgverlof.
a)    Dit verlof is er om enkele dagen zorg te verlenen aan:
1.    echtgenoot/echtgenote of partner,
2.    inwonende kinderen (ook adoptie- en pleegkinderen),
3.    ouders,
4.    tweedegraads bloedverwanten zoals broers en zussen,
5.    andere huisgenoten,
6.    mensen met wie de werknemer een sociale relatie heeft (buren, vrienden) en afhankelijk zijn van de zorg door de werknemer.
b)    Het verlof kan meer dan eens per jaar worden opgenomen.
c)    Er kan per 12 maanden niet meer worden opgenomen dan 2 maal het aantal uren dat per week wordt gewerkt. De periode van 12 maanden gaat in op de eerste dag dat de werknemer dit verlof opneemt.
d)    De werkgever heeft het recht achteraf een beperkte controle te houden door te vragen naar bijv. een doktersrekening of een afspraakbevestiging voor een medisch onderzoek.
e)    Tijdens het verlof betaalt de wergever ten minste 70% van het salaris door. Als dat minder zou zijn dan het wettelijke mimimumloon, dan geldt het minimumloon.
f)     Wordt de werknemer ziek tijdens het verlof, dan kan in overleg met de werkgever, het verlof worden gestopt.
g)    Tijdens het verlof gaat de opbouw van vakantiedagen door.
h)   In collectieve regelingen kunnen andere en/of aanvullende afspraken zijn opgenomen over dit verlof. Deze afspraken gaan voor op de wettelijke regeling.
 
 
Ad 8, langdurend zorgverlof.
a)     Dit verlof is er om voor langere tijd zorg te verlenen aan:
1.    echtgenoot/echtgenote of partner,
2.    inwonende kinderen (ook adoptie- en pleegkinderen),
3.    ouders,
4.    tweedegraads bloedverwanten zoals broers en zussen,
5.    andere huisgenoten,
6.    mensen met wie de werknemer een sociale relatie heeft (buren, vrienden) en afhankelijk zijn van de zorg door de werknemer.
b)    Het verlof dient ten minste 2 weken voordat het ingaat, schriftelijk te worden aangevraagd bij de werkgever.
c)    Er kan per 12 maanden niet meer worden opgenomen dan 6 maal het aantal uren dat per week wordt gewerkt. De periode van 12 maanden gaat in op de eerste dag dat de werknemer dit verlof opneemt.
d)    De werkgever heeft het recht achteraf een beperkte controle te houden door te vragen naar bijv. een doktersrekening of een afspraakbevestiging voor een medisch onderzoek.
e)    Er is sprake van onbetaald verlof.
f)     Tijdens het verlof gaat de opbouw van vakantiedagen door.
g)    In collectieve regelingen kunnen andere en/of aanvullende afspraken zijn opgenomen over dit verlof. Deze afspraken gaan voor op de wettelijke regeling.
 
 
Ad 9, bijzonder of buitengewoon verlof.
Dit verlof is bedoeld voor situaties die niet in de wet zijn geregeld, zoals bij een huwelijk, verhuizing of doktersbezoek.
Veelal zijn over dit verlof afspraken gemaakt in collectieve regelingen of anders in bedrijfsregelingen of in de arbeidsovereenkomst.
 

  Vorige pagina