RECHT OP INFORMATIE

In wezen is er in een gemeente een simpele rolverdeling. De gemeenteraad bepaalt wat er gaat gebeuren. Daarbij worden vragen als: wat willen we bereiken, wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten, gebruikt als hulpmiddel. Vervolgens gaat het college (B&W) aan de slag. Als de uitvoering is afgerond, wordt de raad daarover geïnformeerd: het college legt verantwoording af aan de raad. Hierbij dient het college uiteraard alle van belang zijnde informatie aan de raad te verstrekken, zodat de raad haar controlerende functie goed kan uitoefenen. De raad moet na kunnen gaan of daadwerkelijk bereikt is wat de raad voor ogen had. Zijn de doelstellingen behaald binnen de gestelde voorwaarden? De jaarrekening is daarbij een bijzonder verantwoordingsmiddel. Het college legt via de jaarrekening verantwoording af aan de raad over al hetgeen in het voorbije jaar gedaan is. Dat gaat natuurlijk om heel veel werk en vele miljoenen Euro’s. Het is dan ook logisch dat de jaarrekening veel informatie bevat. Natuurlijk kan het voorkomen dat een raadslid informatie mist, of dat de informatie niet voldoende duidelijk is. Er kan dan aan het college om aanvullende informatie gevraagd worden.

Dit laatste speelde in de raadsvergadering van 10 juni jl. waarin de jaarrekening 2013 werd besproken. Een raadslid miste informatie, had daarom gevraagd, maar het niet gekregen. Hoe je het ook draait of keert: dat klopt niet! Het college mag de raad geen informatie ontzeggen: zie de rolverdeling hierboven. Bij uitzondering kan het gaan om vertrouwelijke informatie, maar dan nog heeft het college mogelijkheden de raad adequaat te informeren.
Informatie is macht. Informatie kan politiek gevoelig zijn. Het kan ook onderdeel zijn van een politiek spel tussen coalitie en oppositie. Zo kan de oppositie het college overladen met vragen (waarbij nut en noodzaak niet altijd even duidelijk zijn) of kan de coalitie er moeite mee hebben dat de oppositie over bepaalde informatie beschikt. Ik ga er van uit dat deze zaken hier niet van toepassing zijn.

De bovengenoemde rolverdeling veronderstelt overigens dat de raad zich vooral bezig houdt met de grote lijnen en het college met de details. En hier kan wel eens wrijving ontstaan. Het kan immers zijn dat een raadslid geïnteresseerd is in detailinformatie. Die interesse kan gelegen zijn in het feit dat het beschikken daarover voor het betreffende raadslid van belang is om de controlerende functie goed uit te oefenen. Het kan ook gewoon interesse zijn. Een collegelid kan zich afvragen waarom een raadslid over detailinformatie wenst te beschikken en van mening zijn dat dit niet past bij het bestuur op grote lijnen, dat in het algemeen van een raadslid verwacht wordt. Maar, mag dit laatste er toe leiden dat een college(lid) dan besluit om het betreffende raadslid niet te voorzien van de gevraagde informatie? Naar mijn mening is hierop slechts één correct antwoord mogelijk: nee! Simpelweg: de raad vraagt, het college antwoordt.

Natuurlijk moet de raad zich daarbij realiseren dat het beantwoorden van vragen tijd en dus geld kost. Tijd die ook anders ingevuld kan worden. En zeker in tijden van bezuinigingen kan het moeten beantwoorden van vele vragen dan op gespannen voet komen met de doelstellingen voor de ambtelijke organisatie. Maar, het is dan toch een afweging van de raad om die keuze te maken.
Als het college van mening is dat een raadspartij of –lid meer dan andere partijen of leden om detailinformatie vraagt en zich daarbij afvraagt wat daarvan nut en noodzaak is, kan je natuurlijk als college besluiten een gesprek aan te gaan met de betreffende partij of het betreffende lid. Maar besluiten om dan maar geen informatie te verstrekken is uit den boze.

Terugkijkend op de eigen ervaringen als raadslid moet ik helaas constateren dat het vaak voorkwam dat de beantwoording van vragen door het college onvoldoende was. Vaak ging het dan om een antwoord dat niet geheel aansloot aan de vraag of waarbij het antwoord een deel van de vraag beantwoordde. En dat is vooral jammer omdat dit dan extra tijd gaat kosten voor alle betrokkenen. Uit de tijd dat ik wethouder was kan ik mij herinneren dat vragen niet altijd duidelijk zijn. Welk antwoord is passend bij deze vraag? En je vraagt je inderdaad wel eens af wat het nut en noodzaak is van sommige (detail)vragen. Ik kan mij herinneren bij de beantwoording in de raad daarover wel eens een opmerking te hebben geplaatst (wijzend op het hiervoor behandelde kostenaspect). En ook heb ik wel een enkele keer een gesprek gehad met een raadslid over het detailniveau van zijn vragen. Het recente gebeuren staat dus zeker niet op zich.

Dat in de recente raadsvergadering het college ofwel een collegelid vragen niet wilde beantwoorden of althans de indruk wekte dat niet te willen, moet toch eigenlijk beschouwd worden als een blunder. Of je het als college(lid) nu redelijk vindt of niet, dat doet niet ter zake. Een raadslid heeft simpelweg recht op informatie. En het is niet handig / slim van het college(lid) om dit recht in een raadsvergadering te negeren of althans de indruk te wekken dat te willen negeren. Het is mede niet handig / slim omdat het doet veronderstellen dat er iets te verbergen valt. Waarom wil het college(lid) geen openbaarheid van zaken geven? Verkeerde conclusies worden dan snel getrokken.

En laten we tot slot niet vergeten dat zo ongeveer iedereen in Nederland op basis van de wet openbaarheid van bestuur (WOB) het recht heeft informatie over de gemeente Gilze en Rijen op te vragen. En dan zou een betrokken raadslid geen recht hebben op gevraagde informatie????
Vorige pagina